In
1312 gaf hij het door zijn broer gestichte klooster aan de Sint Jansheeren
aldaar, op voorwaarde dat hij levenslang het vruchtgebruik zou behouden van de
goederen bij Grayenhorst en in Coudenhove, bij Delft, welke zijn broeder aan
deze nieuwe stichting gegeven had. In hetzelfde jaar werd hij door de abt van
Egmond met de abdijleenen beleend en sloten zij een verdrag over hun wederzijds
rechtsgebied waarmee de verstoorde verhoudingen tussen abdij en slot
verbeterde. Wouter II overleed in 1321 en werd ook in de abdijkerk begraven.
Hij liet drie zonen na, Jan I, Gerrit en Wouter.