Aan
het begin van de tachtigjarige oorlog (1568-1648) was het kasteel in handen van
de zoon van Jan IV: graaf Lamoraal I van Egmond. Lamoraal was trouw aan Spanje
en aan zijn katholieke geloof. Hij is opperste legeraanvoerder van de koning
van Spanje, ridder van het Gulden Vlies, grootgrondbezitter o.a. in Vlaanderen
en Artois, en lid van de Raad van State evenals zijn vrienden Filips, de graaf
van Horne en Willem van Oranje.Zijn belangrijkste daad
voor Egmond is dat hij de Egmondermeer laat inpolderen. Daarnaast probeerde hij
steeds de Spaanse koning Filips II en de Nederlandse edelen met elkaar te
verzoenen. Vanwege zijn sympathieën voor de zaak van de opstandige Hollandse
gewesten werd Lamoraal door de Spanjaarden gevangen genomen.
Ondanks
zijn trouw aan de Spaanse koning werd hij beschuldigd van hoogverraad en samen
met de graaf van Horne in 1568 in Brussel onthoofd. Goethe dicht over dit drama
en Van Beethoven schrijft daar muziek op zoals de Ouverture Egmond.