Hij
was de onafscheidelijke volgeling van Karel V, wie hij op al diens reizen en
krijgstochten, als kamerheer, vergezelde. In 1527 werd hij benoemd tot generaal
der lichte ruiterij van het koninkrijk Napels en het hertogdom Milaan, en was
ook ridder in de orde van het Gulden Vlies. Hij werd in Italië ziek en overleed
op 19 of 29 April 1528, slechts 29 jaren oud, te Ferrara. Zijn lijk werd in de
St. Marcuskerk te Milaan begraven, zijn hart naar de Egmondse abdijkerk
gevoerd.