Jan III, eerste Graaf van Egmond (1438 – 1516)

Rond het kasteel en de kapel groeit het dorp Egmond aan den Hoef. In 1486 ontvangt Jan III, Manke Jan, die legeraanvoerder is van Maximiliaan van Oostenrijk de graventitel en hij wordt stadhouder van Holland. Ook is hij de grote leider van de Kabeljauwen in de Hoekse en Kabeljauwse twisten. In die tijd is het Slot op zijn hoogtepunt ofwel ’In Welstand’ zoals op oude gravures staat. Het heet de grootste en schoonste burcht van Holland te zijn en de hoogste toren, de Donjon is 28 meter hoog. Jan van Egmond ging op 25-jarige leeftijd naar Jeruzalem en werd daar geridderd; teruggekeerd steunde hij zijn vader in diens Gelderse politiek en was één van de meest strijdlustige hoofden van de Kabeljauwsche partij. In 1474 woonde hij met zijn broeder Frederik aan de zijde van Karel de Stoute het beleg van Neuss bij; hij was in 1476 raad in het Hof van Holland, in 1477, evenals zijne broeders, kamerheer van Maximiliaan, deed in 1479 een vergeefse aanslag op Hoorn, trad daarna als hoofd van de Kabeljauwsen op te Haarlem en Den Haag, nam hetzelfde jaar Leiden op de Hoeksen, veroverde 1480 Wageningen, verdedigde 1481 als kastelein Gorkum tegen de Geldersen en nam Dordrecht bij verrassing. Het volgend jaar hielp hij Hoorn innemen en het beleg van IJselstein opbreken; hij oorloogde 1483 in het Sticht. Na den dood van stadhouder Joost van Lalaing (5 Aug. 1483) werd heer Jan, ingevolge het van Maximiliaan verkregen privilegie, dat de stadhouder een landsman moest zijn, zijn opvolger. Ook in die hoedanigheid vinden wij hem jaarlijks in het veld, in 1487 in Friesland als bondgenoot der Vetkopers; in 1489 in Holland bij het innemen van Hoorn, Poelgeest, Woerden en andere hoeksgezinde plaatsen; in 1490 nam hij Montfoort en versloeg Frans van Brederode en diens aanhang in een scheepsstrijd op de zeeuwsche wateren; in 1492 hielp hij het oproerige Kaas- en Broodvolk bedwingen; in 1507 vindt men heer Jan weer te velde bij het beleg van het slot Poederoyen, maar hij werd oud. In September 1515 legde hij het stadhouderschap neer, werd daarin opgevolgd door graaf Hendrik van Nassau en overleed in Augustus van het volgend jaar, 77 jaar oud. Heer Jan was gehuwd met de toen 20-jarige Magdalena gravin van Werdenberg, dochter van graaf George en van Catherina markgravin van Baden. Dit huwelijk, met de niet-rijke Duitse gravendochter, schijnt vooral op aandringen van Maximiliaan te zijn gesloten. Magdalena werd in 1538 bij haar man begraven; zij had hem vijftien kinderen geschonken, waarvan acht jong stierven. De overigen waren onder meer  Jan, de 2e graaf en George, bisschop van Utrecht en Walburga gehuwd met Willem Den Oude, graaf van Nassau (die door zijn 2e  huwelijk met Juliana gravin van Stolberg, vader werd van prins Willem van Oranje.