Rond
het kasteel en de kapel groeit het dorp Egmond aan den Hoef. In 1486 ontvangt
Jan III, Manke Jan, die legeraanvoerder is van Maximiliaan van Oostenrijk de
graventitel en hij wordt stadhouder van Holland. Ook is hij de grote leider van
de Kabeljauwen in de Hoekse en Kabeljauwse twisten. In die tijd is het Slot op
zijn hoogtepunt ofwel ’In Welstand’ zoals op oude gravures staat. Het heet de
grootste en schoonste burcht van Holland te zijn en de hoogste toren, de Donjon
is 28 meter hoog. Jan van Egmond ging op 25-jarige leeftijd naar Jeruzalem en
werd daar geridderd; teruggekeerd steunde hij zijn vader in diens Gelderse
politiek en was één van de meest strijdlustige hoofden van de Kabeljauwsche
partij. In 1474 woonde hij met zijn broeder Frederik aan de zijde van Karel de
Stoute het beleg van Neuss bij; hij was in 1476 raad in het Hof van Holland, in
1477, evenals zijne broeders, kamerheer van Maximiliaan, deed in 1479 een
vergeefse aanslag op Hoorn, trad daarna als hoofd van de Kabeljauwsen op te
Haarlem en Den Haag, nam hetzelfde jaar Leiden op de Hoeksen, veroverde 1480
Wageningen, verdedigde 1481 als kastelein Gorkum tegen de Geldersen en nam
Dordrecht bij verrassing. Het volgend jaar hielp hij Hoorn innemen en het beleg
van IJselstein opbreken; hij oorloogde 1483 in het Sticht. Na den dood van
stadhouder Joost van Lalaing (5 Aug. 1483) werd heer Jan, ingevolge het van
Maximiliaan verkregen privilegie, dat de stadhouder een landsman moest zijn,
zijn opvolger. Ook in die hoedanigheid vinden wij hem jaarlijks in het veld, in
1487 in Friesland als bondgenoot der Vetkopers; in 1489 in Holland bij het
innemen van Hoorn, Poelgeest, Woerden en andere hoeksgezinde plaatsen; in 1490 nam hij Montfoort en versloeg
Frans van Brederode en diens aanhang in een scheepsstrijd op de zeeuwsche
wateren; in
1492 hielp hij het oproerige Kaas- en Broodvolk bedwingen; in 1507 vindt men
heer Jan weer te velde bij het beleg van het slot Poederoyen, maar hij werd
oud. In September 1515 legde hij het stadhouderschap neer, werd daarin
opgevolgd door graaf Hendrik van Nassau en overleed in Augustus van het volgend
jaar, 77 jaar oud. Heer Jan was gehuwd met de toen 20-jarige Magdalena gravin
van Werdenberg, dochter van graaf George en van Catherina markgravin van Baden.
Dit huwelijk, met de niet-rijke Duitse gravendochter, schijnt vooral op
aandringen van Maximiliaan te zijn gesloten. Magdalena werd in 1538 bij haar
man begraven; zij had hem vijftien kinderen geschonken, waarvan acht jong
stierven. De overigen waren onder meer Jan,
de 2e graaf
en George, bisschop van Utrecht en Walburga gehuwd met Willem Den Oude, graaf
van Nassau (die door zijn 2e huwelijk met Juliana gravin van Stolberg,
vader werd van prins Willem van Oranje.