Jan I van Egmond (1310 – 1369)

Ook Jan van Egmond liet zich niet onbetuigd bij diverse oorlogen en veldslagen. In 1328 vergezeld Jan graaf Willem III naar Vlaanderen om de graaf van dat land tegen de oproerigen uit Brugge en omstreken te helpen; in Augustus van dat jaar is hij aanwezig in den slag bij Cassel, waar met behulp van de Fransen de opstandelingen verslagen werden. Heer Jan was zeer in aanzien bij de graven Willem IV, V en Aelbrecht. In 1343 werd hij gecommitteerd om, tijdens de afwezigheid van de graven, ons land te bestieren. Jan is in 1350 een van de hoofdondertekenaars van de Kabeljauwse verbondsakte wat de Hoekse en Kabeljauwse twisten zouden in luiden. Hij is aanwezig bij de Slag bij Naarden (1350) en vocht ook mee bij de Slag bij Zwartewaal ook wel de Slag op de Maas genoemd. Jan van Egmont werd vervolgens naar Engeland gestuurd om het geschil tussen Margretha van Beieren en Willem V van Holland bij te praten. Hij vervolgt (terug in Nederland) met een krijgstocht tegen de burgers van Bunschoten, hervatte, na de winter van 1356 de oorlog door het kasteel van Nyevelt op last van de graaf te belegeren. Na zeven weken nam hij het in, waardoor de oorlog tot een einde kwam. In 1356 wordt Jan I van Egmond door Willem V van Holland tot stadhouder benoemd van het gebied boven de Maas, dit stadhouderschap oefende hij uit tezamen met zijn broer Gerrit. In 1359 tekent hij als een van de hoofdmannen van de Kabeljauwsche partij de zoenbrief met Delft (1359). Wat zijn verhouding met de abten van Egmond aangaat het volgende. Hij schijnt met zijn handlangers, Gerard van Heemskerk en Wouter van Meresteijn, onder het bewind van abt Hugo van Assendelft, vooral in de jaren 1360 en 1361 het klooster veel overlast te hebben bezorgd, door gewelddadig tegen de bewoners en de bezittingen op te treden. Tot zijn dood in 1369 vindt men hem in de omgeving van de graaf. Hij wordt begraven in de kerk te IJselstein begraven. Heer Jan was in 1330 of 1331 gehuwd met jonkvrouwe Guyote van Amstel, erfdochter van Arnoud, heer van IJselstein.