De Slotkapel

Ook de Slotkapel raakt tijdens de aanvallen in 1573 zwaar beschadigd. In 1633 wordt de Slotkapel in opdracht van de Staten van Holland hersteld. Voor het herstel werden door diverse steden, edelen en compagnieën uit die tijd schenkingen gedaan, waaronder de fantastisch gebrandschilderde ramen. De Slotkapel veranderde na de reformatie in een Nederlands Hervormde Kerk die de eeuwen daarna de kerk in gebruik heeft gehad. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de gebrandschilderde ramen in veiligheid gebracht en later weer teruggeplaatst. In 1960 is de Slotkapel in zodanig slechte staat, dat bij de gemeente al aan sloop wordt gedacht want er is altijd wel behoefte aan plek voor woningen. Kunstenaar Bob Denneboom luidt de noodklok en weet dan een aantal mensen te motiveren om geld bijeen te brengen voor restauratie. Een van de ondersteuners is de in Egmond zeer geliefde huisarts dokter Moons. Vanaf dan gaat het weer de goede kant op met de kapel. In de jaren tachtig is opnieuw groot onderhoud noodzakelijk en de Hervormde gemeente draagt het eigendom van de kerk voor één gulden over aan de Stichting Restauratie Slotkapel. Dat brengt wel enige verplichtingen met zich mee. In de kapel moet een boek zijn waarin de inspanningen van een leger van vrijwilligers en donateurs zijn opgetekend. Zo zijn er tal van kunstmanifestaties, lezingen en exposities geweest. Het is een indrukwekkende lijst. Eind jaren negentig wordt ook de zerkenvloer aangepakt om die voor de volgende eeuwen goed te houden. Penningmeester Cees Blaauboer aan wie de kapel veel te danken heeft, brengt alle zerken in kaart en dan kan het werk beginnen. De Slotkapel verandert in een reusachtige zandbak en bij de werkzaamheden wordt een fantastische ontdekking gedaan: De deksteen van de verdwenen graftombe van Jan II komt te voorschijn en krijgt een ereplaats in de schitterend gerestaureerde kapel.